Christen, alleenstaande moeder, AD(H)D
Chaos in mijn hoofd…
Tja………. als je als AD(H)D-er het schrijven eenmaal te pakken hebt………. dan loop je wel het risico dat de hyperfocus ineens als een bom inslaat. Dus nadat ik mijn complete vrije ochtend voorbij had laten gaan met het aanmaken van deze blog-page en het schrijven van mijn eerste blog, zat ik ‘s middags wéér uren achter de Pc… Twitter-pagina aangemaakt, Facebook account……… ik ga er helemaal in op.
Vroeger had ik daar geen verklaring voor. Het kon een vriendin zijn, een zielige klasgenoot, een gevangene in Griekenland, of gewoon een bepaald onderwerp waar ik over had gelezen………. als het eenmaal mijn interesse had, leek ik wel geobsedeerd.
Maar net zo makkelijk kon mijn aandacht ook ineens weer helemaal verslapt zijn, als er plotseling iets nieuws op mijn pad kwam…. Hoewel ik wel eerlijk durf te zeggen, zonder hooghartig te willen zijn, dat ik altijd heel erg trouw ben geweest in vriendschappen. Het was altijd de ander, die het na verloop van tijd liet afweten. Waarschijnlijk werd het ze dan gewoon te veel.
Zo zijn er nog talloze van die voorbeelden van dingen waar ik 33 jaar lang tegenaan ben gelopen. Er was ook altijd de chaos in hoofd en huis, het niet afmaken van opleidingen, telkens weer tegen de verkeerde partner aanlopen, spanning opzoeken en daardoor keer op keer over mijn eigen principes heen walsen, dubbele afspraken maken (en ze doodleuk allebei nog vijf minuten na elkaar bevestigen ook), het ene financiële gat met het andere vullen, niet kunnen slapen ‘s avonds en ‘s morgens een wrak zijn (zelfs door drie wekkers slaap ik gemakkelijk heen), altijd de opmerking krijgen dat ik lui was (of zoals iemand het zo netjes verwoordde ‘dat ik een passieve indruk maakte’), dat er nóg meer in zat dan er uit kwam…
Dat laatste ja……… dat heeft me vaak wel erg gefrustreerd. Want het vervelende was, dat ik zelf ook zo goed wist dat het aan mijn intelligentie niet schortte. Op de basisschool al kreeg ik dat ook constant om mijn oren geslingerd: “Het is natuurlijk niet slecht, maar je kunt nóg beter!!! Het zijn maar een paar kleine foutjes, maar het zijn wel slordigheidsfoutjes en dat is gewoon niet nodig”. Een meester op de basisschool presteerde het zelfs, om me een 8 voor hoofdrekenen op mijn rapport te geven, terwijl ik een 9,5 gemiddeld stond. Volgens hem zou me dat wel aanmoedigen om nóg beter mijn best te doen. En dan de conrector van de HAVO (waar ik met twee vingers in mijn neus doorheen gefietst was). Hij noemde tijdens de diploma-uitreiking netjes mijn naam in een rijtje met mensen die onder bijzondere omstandigheden toch nog hun diploma hadden gehaald. En dat was terecht, want ik was ruim acht weken afwezig geweest tussen twee tentamen-perioden in, omdat ik een hele zware hersenschudding had opgelopen. Inderdaad bijzondere omstandigheden dus. En toch kon hij het niet laten, om bij het schudden van mijn hand nog even een opmerking te maken: “Laten we nou eerlijk zijn vrouwke…….. het waren bijzondere omstandigheden, ik móest je naam noemen, maar als jij toch ooit eens iets had gedaan in die jaren dat je hier op school zat, dan had jij toch met gemak VWO kunnen doen!”
Later ging het niet anders: opleiding tot verpleegkundige……… “wel de hersens, niet het doorzettingsvermogen”, werd mij in een veel diplomatiekere bewoording duidelijk gemaakt. HBO-opleiding………. de eerste paar maanden goede cijfers en één en al lof………. maar uiteindelijk toch niet afgemaakt. Op het werk………… idem-dito: “er zit zoveel in bij jou, waarom doe je er toch niks mee?! En je bemoeit je met dingen, die jou helemaal niet aangaan”.
Zo vaak nam ik me zelf voor om alles anders te gaan doen; om mijn huis van boven tot onder op te ruimen én bij te houden, om op mijn werk me alleen nog te richten op de zaken die echt prioriteit hadden, om minder snel uit te vallen tegen mijn kinderen en ouders………. Ik wist precies wat er allemaal anders moest, en toch lukte het me niet.
De frustraties liepen extra hoog op, door de situatie op mijn werk: Eerst heb ik vijf jaar van een uitkering geleefd. Vervolgens leefde ik van uitzendcontract naar uitzendcontract en van tijdelijke overeenkomst naar tijdelijke overeenkomst. En toen ik na twee-en-half jaar dan eindelijk die felbegeerde vaste aanstelling zwart op wit had, was er gereorganiseerd en kreeg ik een team-leidster met wie ik totaal niet door een deur kon. Of zij niet met mij, het is maar hoe je het wilt zien. Deze dame had het dusdanig achter de ellebogen en was zo oneerlijk, dat dat geen goede match vormde met mijn uitermate sterke rechtvaardigheidsgevoel. Er liepen natuurlijk wel twee dingen door elkaar heen: aan de ene kant merkte ik, dat ik zelf de boel niet op orde kreeg en steken liet vallen. Aan de andere kant had mevrouw totaal geen beeld van de daadwerkelijke drukte in mijn functie. Het werd me op een gegeven moment zoveel, dat ik vaak huilend naar huis fietste.
Mijn leven was, zonder dat ik wil klagen, al niet altijd makkelijk geweest. Sowieso kom je natuurlijk al niet zomaar met twee kindjes (toen nog anderhalf en een half jaar oud) alleen te staan. Daar gaat wel wat aan vooraf. Om nog een klein beetje in de lijn van het verhaal te blijven (voorzover dat lukt), ga ik nu niet te uitgebreid over die periode schrijven, maar laten we het er op houden, dat ik uit een heel eenzame, vernederende relatie kwam, waarbinnen ik ook nog een ernstig ziek kind had gekregen. De eerste jaren van haar jonge leventje is het vechten tegen de dood geweest, en liepen we ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Toch leek ik me er goed doorheen te slaan. Ik had mezelf verteld, dat overspannenheid en depressie en keuze is, en dat je het best vol zou houden, als je jezelf af en toe maar een trap voor je achterwerk gaf. Natuurlijk was dit pure ontkenning en verdringing. Er was altijd wel een lach op mijn mond, maar alles groeide me zo boven het hoofd uit, dat ik thuis nergens meer aan toe kwam. Mijn huis was door de jaren heen in een steeds grotere zwijnenstal veranderd en zodra ik kon ging ik weg en trok de deur achter me dicht, zodat ik het allemaal niet hoefde te zien.
Tot God ingreep. Op dat moment zag ik dat natuurlijk helemaal niet. Men zegt weleens dat Hij de Maker is, en wij de klei zijn en dat Hij ons kneedt en vormt. Nou………. mijn klei was behoorlijk uitgehard en alleen de botte bijl kon daar nog iets van maken. Die botte bijl kwam er ook, in de vorm van een plotseling lichamelijk ongemak, waardoor ik ineens aan mijn bank gekluisterd zat. Nu kon ik niet meer weg, niet meer vluchten……… en de muren kwamen op me af. Mijn hoofd ontplofte zo ongeveer en van het ene op het andere moment, leek ik geestelijk tot aan de grond toe afgebroken. Er werd vastgesteld at ik een flinke depressie had en dat die waarschijnlijk al jaren onder de oppervlakte aanwezig was geweest. Dit was het moment dat ik besefte, dat het zo niet langer kon; dat ik hulp moest gaan aanvaarden van de mensen om me heen.
De hulp heb ik overvloedig gekregen. Een paar lieve, trouwe vriendinnen hebben me emotioneel enorm gesteund en praktisch weer helemaal op de rit gezet. NU zou ik het echt gaan bijhouden. De eerste weken lukte dat nog wel, maar vooral nadat ik weer was gaan werken, viel ik compleet terug in mijn oude patronen. Weer liep de druk op……….. Wat was ik kwaad op mezelf! Niets begreep ik van mezelf! Waarom nou toch? Waarom maakte ik er steed weer zo’n puinhoop van?
En toen kreeg ik een mail van een vriendin, die vertelde dat ze de diagnose Add had gehad. Ik wist dat Add een soort Adhd zonder hyperactiviteit was, maar daar had je het mee gehad. Dus las ik het artikel door dat ze met de mail had meegestuurd. Mijn hyperfocus werd meteen op volle kracht ingeschakeld, vanaf het lezen van de eerste regels; vol verbazing viel ik van de ene herkenning in de andere. De talloze testjes die je zelf op het internet kunt doen, gaven allemaal de maximale score op Add en een redelijke score op Adhd. Zonder twijfel pakte ik meteen de telefoon en maakte een afspraak met mijn huisarts. Bij hem moet je vaak maar afwachten hoe zijn pet staat, maarik kan je vertellen dat die geweldig stond. Wát was hij begripvol. Voor hem vielen ook alle puzzelstukjes, die hij in de twintig jaar als mijn huisarts had verzameld, op zijn plek. De verwijzbrief voor de GGZ kreeg ik zonder problemen mee en hij stelde zelfs voor, om meteen maar met ritalin te beginnen. Met dat laatste heb ik nog wel gewacht. “Stap voor stap hoor dokter” zei ik tegen hem, “laten we nu eerst maar de diagnose afwachten”.
Een maand of drie later kwam de oproep voor de intake en het onderzoek. Je zou kunnen denken, dat het hartstikke moeilijk was voor me om dat traject in te gaan, maar dat viel op dat moment enorm mee. Eerlijk gezegd had ik zoiets van: laat maar komen! Sterker nog……. ik wilde er niet aan denken, dat ik de diagnose Ad(h)d niet zou krijgen, want wát was er dan met mij aan de hand. Echt bang voor een negatieve uitslag was ik niet hoor, want diep van binnen wist ik het gewoon. En inderdaad, de uitslag was buitenkijf: Add, met hier en daar een h-tje ertussen.
In tegenstelling tot waar ik op gehoopt had, voelde ik echter niet de verwachte opluchting. Het was zo definitief ineens. En er was een wachtlijst voor de Adhd-coaching, voor de Adhd-groep, voor de psychiater die over mijn medicijnen moest beslissen……. al met al kon het nog weleens maanden gaan duren voordat ik voor behandeling aan de beurt was. Die gedachte maakte me gek. En de wetenschap, dat ik toch echt iets had wat ik zelf niet kon veranderen maakte me ook gek. Pijn en frustratie voelde ik, over jaren onbegrip; was dat nou nodig geweest? Had er in al die 33 jaar dan nooit iemand aan gedacht, dat het bij mij weleens geen onwil, maar onkunde zou kunnen zijn? Zouden mijn ouders misschien eerder iets gemerkt hebben, als mijn broertje (die ook Adhd heeft, maar dan met een dikgedrukte H) niet altijd alle aandacht had opgeeist? Had de fysiotherapeute nooit verder gedacht, toen ik bij haar in therapie was vanwegen mijn motorische problemen? Had de juf niet één en één bij elkaar kunnen optellen, toen ze altijd zo zat te vitten op mijn geklets, mijn onhandigheid, mijn slordige schrijven, mijn eigenwijsheid, mijn dromerigeheid…..
Zoals ik in een eerder blog schreef, zat ik binnen een week thuis. Helemaal opgebrand. En toch, is het enorm goed dat ik door die moeilijke periode ben heen gegaan; dat de diagnose gesteld is, dat ik toch eerder therapie kreeg i.v.m. mijn burn-out, dat de medicijnen aansloegen…… Wat ben ik gegroeid het afgelopen jaar. En niet in kilo’s, want die vliegen er met die pillen juist af
De tijd roept mij. En de kinderen roepen nog harder. Er zit dus niets anders op, dan nu een einde te gaan breien aan dit verhaal. Wat had ik nog graag wat meer geschreven over die periode dat ik thuis zat en over mijn ervaringen met de coaching en de medicatie. Maar wat in ‘t vat zit verzuurt niet! Er komt snel een vervolg!
Social media
Intussen kun je me ook vinden op Facebook:http://www.facebook.com/pages/Adhd-en-Christen/ en twitter: adhd: @AdhdChristen
Diagnose Ad(h)d én Christen….
Een kleine negen maanden geleden kreeg ik de uitslag………. nee, niet van een zwangerschapstest. Gelukkig niet, want hoewel ik heel blij ben met mijn twee prachtige meiden, vind ik het als alleenstaande moeder met ook nog eens Ad(h)d zo al best wel pittig. En ja, dat brengt me dan meteen bij die uitslag: Ad(h)d dus……. Over de 33 jaar die daaraan vooraf gingen en hoe uiteindelijk die diagnose er is gekomen, zal ik op een later tijdstip schrijven.
Voor iemand met mijn brein, was die uitslag op zich al genoeg om helemaal hyper te worden in mijn hoofd: “Je hebt duidelijk een vorm van Adhd, maar dan het niet-hyperactieve type. Toch kunnen we de H niet helemaal uitsluiten, want er zijn wel wát aanwijzingen voor hyperactiviteit, maar we komen uiteindelijk toch op Add uit. Dus jij hebt geen Adhd, maar Add met een klein beetje H. En eigenlijk is dat ook Adhd, want wij spreken hier altijd over Adhd, met verschillende subtypen……………
Wel een H, niet een H, grote H, kleine h, beetje h, heel veel H………… H???? Of……….h??? En nu moest ik het ook nog thuis gaan uitleggen…….. Aan mijn kids, mijn ouders, mijn vriendinnen en op mijn werk.
Mijn ouders………… tja…..
Pa reageerde ogenschijnlijk rustig, maar maakte zich zichtbaar zorgen. Alsof er ineens iets verander was; alsof ik ineens heel ernstig ziek geworden was. Gelukkig hadden we samen nog een half uurtje in de auto, waarin ik hem kon uitleggen dat Ad(h)d niet iets is wat je krijgt, maar iets is wat je hebt. En dat het eigenlijk dus heel positief was, dat ik na 33 jaar in chaos op deze aardbol te hebben rondgelopen (nou ja, 32 jaar dan……… het eerste jaar kon ik nog niet lopen), eindelijk wist waar al die onhebbelijkheden vandaan kwamen, waar pa zich zo aan kapot irriteerde. Die rommel in huis, die drie wasmanden met kop, het onkruid in de tuin………. pa hoefde zich geen zorgen meer te maken. Er was een naam voor: Ad(h)d, en dat niet alleen……….. er waren zelfs pillen tegen. Dus pa kon opgelucht ademhalen. Het enige wat mij nog scheidde van het perfecte plaatje, was de wachtlijst van de psychiather, die toch echt een recept uit moest schrijven voor ik die pillen kon gaan slikken.
Dan mijn moeder. Zij leek al wat sceptisch, vanaf het moment dat ik haar vertelde over mijn vermoedens. “Jij Adhd? Nee hoor, daar heb ik nooit iets van gemerkt. Je hebt wel hulp nodig……… Je hebt hulp nodig om je huishouden op orde te krijgen, thuishulp ofzo. Je zit er gewoon een beetje doorheen, dat is ook logisch na al die jaren alleen met twee kinderen en dan ook nog een drukke baan. Maar Adhd?? Neeeeeeeee, ik ken jou toch!!?? En ik weet heel goed wat Adhd is hoor, dan zou ik dat als moeder toch al jaren eerder gezien hebben!?” Tijdens de gesrprekken met de psychologe, die het onderzoek deed, gingen er echter wel steeds meer puzzelstukjes op zijn plaats vallen voor mams. En al pratende over hoe vergeetachtig ik als kind was, over hoe bang ze altijd was geweest dat ik mijn hoofd nog eens zou vergeten, over de rommel op mijn kamer, mijn dromerigheid…….. onbereikbaarheid vaak zelfs….kwam ze steeds meer tot de conclusie, dat de uitslag zeer waarschijnlijk toch Ad(h??)d zou zijn. Zeker toen de psychologe nog eens benadrukte, dat Ad(h)d nooit de schuld van de opvoeders kan zijn, omdat het aangeboren is, was het voor haar ineens duidelijk; haar dochter had Add, met waarschijnlijk een klein h-tje tussen haakjes. En toen de uitslag bekend was, greep deze controle-dwangmatige moeder dan ook meteen alle kansen aan, om nu eens even het leven van deze chaotische dochter te kunnen gaan regeren. “Nu moet je ons ook toestaan je te helpen” was haar mededeling. En de schema’s lagen al klaar. Van de volgorde waarin de kinderen hun uiterlijke verzorging moesten uitvoeren, tot de dagen en tijdstippen waarop de badkamer en de keuken gepoetst moesten worden. En van boodschappenlijstjes, tot de manier waarop ik mijn afspraken in mijn agenda moest schrijven……… zij zou het allemaal wel regelen.
Het is best even een strijd geweest, om haar duidelijk te maken, dat ik het juist zélf moest leren…… Dat er mensen zijn, die zijn opgeleid om Ad(h)d-ers te coachen en dat die mij stap voor stap zouden gaan leren hoe ik mijn leven structuur moest geven.
Dan mijn kids. Die waren er meteen uit hoor: die H hoeftde helemaal niet tussen haakjes. Mama had volgens hen gewoon last van een grote dik gedrukte H! De oudste had het er wel even moeilijk mee. Ook haar zusje doorliep al een GGZ-traject, en zij zat hier dus (ik citeer) “met twee gekken in een huis”.
Mijn vriendinnen waren stuk voor stuk begripvol. De één begreep het misschien iets beter dan de ander, maar begrip was er. En herkenning ook, zeker door mijn meest nabije vriendinnen.
Maar dan het werk……… tien assertieve vrouwen in een team. De één gehard door het leven, de ander, net als mijn moeder, vergeven van controledwang, de redder, de trooster……. je kan het zo gek niet bedenken of ze zaten er tussen. Ik moest wel iets vertellen, want het was duidelijk dat het niet zo goed ging met mij. Een half jaar daarvoor was ik thuis komen te zitten met een flinke depressie en hoewel ik al weer helemaal aan het werk was, liep het allemaal nog niet zo goed. Mijn team-coördinator vroeg zich steeds meer af waarom er bij toch niet uit kwam wat er in zat en ik had dat in mijn leven al zo vaak gehoord, dat ik de moed langzaamaan dreigde te verliezen.
Nadat ik het dan toch maar verteld had, werd ik overspoeld door goedbedoelde, maar in sommige gevallen ook puur betweterige, reacties. De één toonde vooral begrip, de ander stelde heel geïnteresseerd de vraag, op welke manier mijn collega’s het makkelijker voor mij zouden kunnen maken om met mijn Ad(h)d om te gaan op het werk maar weer een ander hield meteen een preek over hoe ik het allemaal even anders moest organiseren. De algemene tendens leek een beetje zoiets als: “Je weet nu wat het is, je gaat pillen slikken en over een week ben je een ander mens”. Terwijl bij sommigen juist het vertrouwen helemaal verloren was. Die zagen zelfs ineens allerlei leeuwen en beren, op gebieden waar nog nooit een probleem was geweest……..
De strijd met mijn moeder, het onbegrip op het werk, de wachtlijst voor behandeling (minstens 9 maanden)……….. het was een flinke druppel, die meer dan groot genoeg was, om mijn toch al volle emmertje compleet te laten overstromen. Na een week niet te hebben geslapen, heb ik bij de huisarts aangeklopt en toen ik daar ook nog een botte “jij-moet-niet-zo-zeiken-reactie” kreeg, was het op. Helemaal op, helemaal over stuur, alle energie was weg………
De diagnose, waarvan ik gehoopt had dat die verandering in mijn leven zou brengen, had er nu binnen een week voor gezorgd dat ik thuis zat. Maar zoals ik al Christen geloof, dat God álles laat meewerken voor wie Hem liefhebben (rom. 8, de bijbel), zo heb ik dat (uiteindelijk) in deze situatie ook mogen ervaren. Want Hij is getrouw, Zijn plannen falen niet! NOOIT!!!
(Zodra de tijd het mij weer toelaat, zal ik meer schrijven over die eerste 33 jaar, voor de diagnose, de hand van God in mijn leven en de hand van God in mijn perioden van ziek zijn.) Lees de rest van dit bericht